Annemieke Woudt

 

In 2022 verscheen bij Arcos Publishers het laatste deel van de driedelige serie NT2-leesboekjes Nieuwe vrienden, onder de titel Eigen baas. Deel 1 en 2, Een huis met een tuintje en Een rare reis, waren in de twee jaren ervoor uitgekomen.
Uitgeefster Kirstin Plante maakte in 2021 twee filmpjes en zette die op YouTube: over mijn schrijverij en over het ontstaan van deze serie.

Eigenlijk schrijf ik verhaaltjes vanaf het moment dat ik woorden op papier kan zetten. Dat is niet zo gek: mijn vader, Klaas Woudt, was drukker, uitgever en schrijver. ‘Boekjes maken’ vond hij het leukste wat er bestond en dat droeg hij op ons, de drie kinderen, over.
Ik ben de oudste van die drie. Mijn zusje Martine ging later literatuur vertalen uit het Frans, ons broertje Jan Pieter werd journalist.

We groeiden op aan de oever van de Zaan en waren in de zomer veel in en op het water. ’s Avonds mocht ik in mijn pyjama een boek uitzoeken in de boekwinkel naast ons huis. Als ik het uit had, moest het weer terug naar de winkel, dus voorzichtig lezen was de kunst.
Toen we wat ouder waren, maakten mijn moeder, zusje en ik vaak na het avondeten samen muziek: mijn moeder speelde piano, Martine viool en ik hobo.
We hadden een heerlijke, onbezorgde jeugd, geborgen en vol vrolijkheid en creativiteit. We hadden geluk.

Als meisje van zes wist ik met grote stelligheid dat ik schrijfster wilde worden. Ik wilde ook kinderen met problemen helpen. Ik wilde het allebei. Na het gymnasium duurde het toch nog tien jaar voor ik van het schrijven mijn beroep maakte. In de tussentijd studeerde ik enkele jaren pedagogie, werkte als activiteitenbegeleidster in een verpleeghuis en een kindertehuis, schreef verhalen voor de kringgesprekken van een basisschool, combineerde een paar jaar een studie Nederlands aan de UvA met een mbo Engels, werkte als tekstcorrector voor uitgeverij Kosmos, woonde in een commune, de Leefwerkschool, waar ik lesgaf in Engels en handvaardigheid en ging uiteindelijk in Bath, Engeland wonen om de taal daar beter te leren en vertaalster Engels te worden.


In Bath maakte en verkocht ik poppenkastpoppen. Mijn zoon Luke werd er geboren. Toen ik samen met hem weer in Nederland ging wonen, was ik 28. Met zijn vijven richtten we het Woudt Collectief op. We gingen samen boekjes maken: mijn vader, broer en ik schreven de tekst, mijn moeder corrigeerde en redigeerde die en mijn zus deed de vormgeving.


1981


Na wat informatieve uitgaven richtte ik me op het schrijven voor kinderen. Zo schreef ik voor Meulenhoff Educatief (nu ThiemeMeulenhoff) vijf AVI-boekjes en kwam er bij Harlekijn Uitgeverij een bundel verhalen voor kinderen uit, Ooievaars op sokken. De volledige tekst daarvan vind je hier. Verder vertaalde ik wat boeken voor kinderen uit het Engels en deed ik regelmatig redactieklussen, meestal voor Meulenhoff Educatief.

 

Het leven was een strand. Ik liep langs de zee, raapte schelpen op die ik mooi vond, stak er soms een in mijn zak, een kokkel, een roze nonnetje of, zeldzamer, een geel exemplaar, hield een wulk tegen mijn oor, gooide hem naar de branding die ik erin hoorde, tuurde over de golven naar de horizon, naar dat weergaloze licht in de verte. Luisterde naar de meeuwen.

Het leven was soms een grijze, kale vlakte waar ik me moeizaam doorheen bewoog, want dwars door mijn zonder meer kleurige verhaal slingert zich een grillige, grauwere draad. Op mijn twintigste, in 1973, kreeg ik pfeiffer. Dat ging niet over. Ergens in de jaren negentig werd er een etiket op geplakt: ME/CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ruim dertig jaar lang is mijn leven daar sterk door beïnvloed.
Daarna ging het langzaamaan beter. Hoewel ik altijd had gedacht dat ik hoe dan ook door zou kunnen gaan met schrijven, had ik toen een jaar of twaalf niet meer gewerkt. Het ging gewoon niet. In die tijd schreef ik alleen nog liedjes, dat was te overzien: een tekst die op een A4’tje paste.


Toen ik eindelijk weer wat meer energie kreeg en mijn concentratie zich verbeterde, zag ik een advertentie in de krant waarin vrijwilligers werden gezocht die taalles wilden geven aan anderstaligen. Ik weet nog dat het kleine stukje krantenpapier waar dat stond oplichtte alsof er een lamp op scheen. Dat was echt iets voor mij! Ik gaf me op, ging een-op-een lesgeven, kreeg algauw kleine groepjes onder mijn hoede en besloot twee jaar later de Post-HBO docent NT2 te gaan doen: Nederlands als tweede taal. Het was 2008. Ik was 55.

Taaljuf_in_2011
Staatsexamengroep 2011

Vijf jaar lang gaf ik als NT2-docent les bij een taalinstituut, NL Training. Het liefst werkte ik daarbij met verhalen. Dat ging vanzelf: ik heb de neiging wat ik vertel in de vorm van een verhaal te gieten.
Toen ik ontdekte dat er een opleiding TPR Storytelling voor taaldocenten zou beginnen in Nederland, ging ik weer naar school, op mijn 61e, naar de TPRS Academy (nu Dynamic Language Learning). Ik was inmiddels bij Vluchtelingenwerk gaan werken, waar ik de eerste inburgeringsgroep opzette. Met die groep maakten we een feuilleton. Een deel ervan staat hier.


Privéles, 2014 – mijn eerste leerling

Datzelfde jaar, 2014, besloot ik voor mezelf te beginnen en richtte ik Taal aan de Zaan op. Ik ging lesgeven in mijn eigen huiskamer, met uitzicht op de Zaan. Meestal waren de lessen een-op-een, soms vormde zich een duo of een groepje van drie of vier. Deze week, eind september 2022, heb ik mijn 92e leerling welkom geheten.


Duoles 2015

 

Een paar jaar geleden ben ik ook weer boeken gaan schrijven. Met mijn leerlingen maakte ik hele series verhalen op het whiteboard, en uiteindelijk rolden daar de leesboekjes uit waarmee ik deze levensbeschrijving begon.
En om het verhaal helemaal rond te maken werd me gevraagd te schrijven over mijn vader.
In het laatste halfjaar van de Tweede Wereldoorlog maakte hij met zijn zus en een groep vrienden een clandestien tijdschrift, Zaans Groen, dat hij met de hand zette en drukte op het voetdegelpersje in de drukkerij die toen nog van zijn vader was en waarnaast ik later opgroeide.


Zijn herinneringen aan die tijd had mijn vader opgeschreven, met de pen, in het fijne handschrift dat ik zo goed ken.
Ik kon dus aan het verzoek voldoen en heb dat met grote dankbaarheid gedaan.

Nederlands voor anderstaligen