Het verhaal van Umah

Ik ben Umah. Ik kom uit Somalië.
Ik ben daar niet naar school geweest.
Dat kon niet, het was oorlog.
Ik hielp in het ziekenhuis, als er een baby geboren werd.
Daar heb ik mezelf een beetje lezen en schrijven geleerd.

Op een dag moest ik daar weg. Het was er te gevaarlijk.
Mijn zoon was toen 3 jaar. Hij kon niet mee.
Hij moest bij mijn moeder blijven.
Mijn man bleef ook in Somalië.
Ik ging een veilige plek voor ons zoeken.

Eerst ging ik naar het vliegveld. Daar kon ik in een vliegtuig.
Eigenlijk ging ik met drie vliegtuigen.
Ik moest twee keer overstappen.
En ik sliep op het vliegveld van Dubai.

Eindelijk kwam ik op Schiphol aan.
Ik moest vertellen waarom ik daar was.
Een meneer bracht me met de auto ergens anders naartoe.
We reden heel lang, we gingen ver weg.
Ik wist niet waar we waren.

Toen we stopten vroeg ik aan die meneer: ‘Where are we?’
Ik kende een beetje Engels, maar geen Nederlands.
‘Norway,’ zei die meneer. Hij lachte.
Maar ik moest heel erg huilen.
Ik wilde niet naar Noorwegen, ik wilde naar Nederland.

Die meneer had me naar een gebouw gebracht.
Een vrouw gaf me dekens en bracht me naar een kamer.
Ik moest nog steeds huilen.
De vrouw vroeg waar ik vandaan kom.
‘Somalië,’ zei ik in het Engels.

‘Wacht,’ zei de vrouw.
Ze ging weg en kwam terug met een Somalische vrouw, Awo.
Ik kon met iemand praten!

‘Waarom huil je,’ vroeg Awo.
‘Omdat ik in Noorwegen ben.’
‘Maar je bent in Nederland!’ riep Awo verbaasd.
Ik hield op met huilen. Ik was zo blij.
We lachten allebei.

De volgende dag maakten mensen vingerafdrukken van me, en foto’s.
Ik moest heel veel vragen beantwoorden.
Ter Apel, heet het daar. Dat is vlak bij Duitsland.

Na een tijdje verhuisde ik naar een ander asielzoekerscentrum, en daarna naar weer een ander, en weer een ander.
Ik moest anderhalf jaar wachten.
Toen kreeg ik een verblijfsvergunning.

Mijn man kwam met mijn zoon uit Somalië.
We kregen een huis.
Daar werden onze tweede zoon en onze dochter geboren.
En mijn man leerde de taal en kreeg werk.

Nu leer ik Nederlands.
Dat vind ik belangrijk. Dan kan ik met de mensen praten.
Ik ben heel blij met mijn leven.

Umah heet eigenlijk anders. Ze zat in 2012 in de inburgeringsgroep.
We hebben toen samen haar verhaal opgeschreven.
In 2013 is ze geslaagd voor haar inburgeringsexamen.

 

Nederlands voor anderstaligen